UIREKA-ONDERZOEK:


"Koprot is vroegtijdig te signaleren"

De uienteelt heeft een ronduit matig jaar achter de rug. Uiteraard geldt dat voor meerdere gewassen, want 2018 was een extreem droog jaar. Toch lijkt de klap in de uiensector het hardste te zijn aangekomen en was het klimaat het gespreksonderwerp tijdens de Themadag uien 2019 in De Meerpaal te Dronten. Chris de Visser (Wageningen Plant Research open teelten) deed vanuit het project ‘Uireka’ – dat is opgezet door de Holland Onion Association - onderzoek naar de bemesting, reststromen en naar bestrijding van koprot en fusarium.

De eerste resultaten vanuit het Uireka-project stemmen De Visser tevreden. “Het is belangrijk dat we de patronen die we hebben gesignaleerd in de proeven ook kunnen herhalen in 2019/2020. In de akkerbouw heb je namelijk altijd te maken met jaareffecten en we willen zeker weten dat de effecten die we zien ook stabiel zijn. Dan pas kunnen we echt zeggen welke adviezen we kunnen geven.”

Een gebed zonder einde

Tot directe oplossingen heeft het onderzoek naar koprot tot nu toe nog niet geleid. Een grote uienteler uit Flevoland noemt koprot dan ook ‘een gebed zonder einde’. De Visser snapt die uitspraak wel, maar nuanceert deze ook enigszins: “Ik denk dat het net zich begint te sluiten, want op basis van de kennis die we nu hebben opgedaan in het onderzoek kunnen we telers al een compleet koprot managementsysteem aanbieden. Akkerbouwbedrijven die met koprot te maken hebben, kunnen hiermee veel geld verliezen. Vandaar dat wij ons onderzoek ook gericht hebben op preventie. Eén van de tools die uientelers ter beschikking gaan krijgen zijn beslissingsondersteunende systemen. Daarnaast heeft dit onderzoek aangetoond dat er door middel van bemonstering vroegtijdig al gesignaleerd kan worden of er koprot in de ui zit of niet. Een goede droog en oogststrategie doet de rest.”

De Visser verwacht dan ook dat de problemen rondom koprot goed beheersbaar kunnen worden: “Op basis van de recente resultaten is koprot in mijn optiek dan ook te voorkomen.”


Weersinvloeden

De Visser beseft dat het laatste punt niet zomaar voor iedere teler is op te lossen: “Hiermee bedoel ik dat akkerbouwers die veel uien telen, dan een minder flexibele oogstplanning hebben. Hierdoor zal het droogresultaat wellicht ook minder optimaal zijn. Het gaat erom, de uien zoveel mogelijk te oogsten op het goede oogstmoment en de uien niet op het veld te laten afsterven.”

"De ui blijft een interessante teelt"

Ondanks het matige uienjaar en de hoge ziektedruk gedurende de teelt is de ui nog altijd heel populair onder akkerbouwers. Dat komt volgens De Visser mede doordat de ui een rendabel gewas blijft. “Met de rentabiliteit van de ui is het altijd al zo geweest: je teelt het elk jaar of je teelt het niet. Er zitten altijd goede en slechte jaren tussen. Over de jaren heen blijft de ui een interessante teelt. We telen zelf ook uien op onze locaties in Lelystad, Westmaas, Valthermond en Vredepeel, dus we weten wat er op de telers afkomt.

De ui is een gewas dat je elk jaar moet telen en niet alleen als de prijzen vorig jaar goed waren.”


Klimaat

Veredeling is volgens De Visser ook steeds belangrijker om de uienteler te ondersteunen bij het behalen van de doelstellingen. “De ui kan van alle akkerbouwgewassen het beste tegen droogte. Maar de probleemstelling bij uien richt zich vooral op de vraag: kan het gewas doorgaan met produceren als er minder vocht in de grond zit? Uien reageren vrij snel op vochttekort, daardoor kunnen ze ook overleven. Maar als je gaat veredelen met als doel een ui te ontwikkelen die met minder water toch uien produceren, dan lijkt dat in eerste instantie een tegennatuurlijk proces. Maar wellicht zijn er genen in de ui te vinden die dat kunnen. Dat is een relevante onderzoeksvraag, waar bij mijn weten tot op heden nog geen onderzoek naar gedaan is. Watermanagement wordt steeds belangrijker. Niet alleen bij overschotten: hoe krijgen we het water zo snel mogelijk van het land. Maar ook als er tekorten zijn: wat is het beste moment om te beregenen?”

"Van de sector, voor de sector"

Concluderend kijkt De Visser vol vertrouwen naar het komende teeltjaar. “Ik ben tevreden over de resultaten die ons onderzoek heeft opgeleverd. Vooral omdat het bruikbare resultaten zijn voor de uientelers zelf. Bovendien heeft de hele uienketen meegewerkt aan ons preventieonderzoek naar koprot, bemesting, reststromen en fusarium in de uien. Dat is belangrijk, omdat wij als kennisinstelling van alles kunnen roepen. Maar het wordt pas waardevol als de hele keten zijn steentje heeft bijgedragen om deze kennis te verwerven. Dan worden de resultaten niet alleen voor de sector, maar ook van de sector. En alleen als we als uienbranche samenwerken kunnen we onze sterke marktpositie vasthouden. Ook na een lastig jaar als 2018.”


Meer informatie over Uireka?

Kijk op www.uireka.nl/onderzoek