Actuele Akkervraag - Delphy

Hoe belangrijk wordt datasharing?

Digitalisering, big-data en datasharing. Het zijn termen die de akkerbouwer van nu regelmatig om de oren geslingerd krijgt. Maar wat is het, wat hebben we eraan en gaat het ons daadwerkelijk helpen bij het optimaliseren van de teelt? In de Actuele Akkervraag komt Delphy-adviseur Herman Krebbers aan het woord. Krebbers is nauw betrokken bij diverse initiatieven rondom datasharing en logging, waaronder FarmCube en Delphy Digital.

WELKE ONTWIKKELEN ZIET DELPHY?

Krebbers: “We zien dat er veel kansen liggen door data te implementeren in het management. In de glastuinbouw wordt data al gebruikt om de groei te optimaliseren middels het verzamelen en combineren van CO2, temperatuur-, luchtvochtigheid-, windrichting- en weerstationsgegevens. Maar dat gebeurt natuurlijk in een geconditioneerde omgeving, terwijl de akkerbouw te maken heeft met open teelten. Maar het principe is hetzelfde: een aantal parameters vaststellen om vervolgens daarop te gaan sturen voor het optimaliseren van de teelt. Ik denk persoonlijk dat het in de akkerbouw garandeert die kant op zal gaan.”

WELKE PARAMETERS ZIJN DAN CRUCIAAL?

Krebbers: “Dat is een lastige vraag en precies om die reden zijn wij gestart met Delphy Digital. Daar kijken we gezamenlijk naar mogelijkheden om data te gebruiken voor het teeltadvies. Ideeën zoals FarmCube, waarbij alle data van één bedrijf op een centrale plek wordt bewaard dragen hier ook aan bij. Want als telers een duidelijke balans kunnen opmaken van de input, de groeiomstandigheden

waaronder bepaalde data zijn verzameld, wat zijn dan de essentiële factoren binnen die omstandigheden? Door dit uiteindelijk te linken aan opbrengst in kilo’s én in kwaliteit krijgen die data ook een (financiële) waarde.”

HOE HAAL JE DAN MAXIMAAL RENDEMENT UIT DATA?

“Dat is de grote vraag. Iedereen is op zoek naar een werkwijze om de potentie optimaal te benutten. Er is nog geen objectieve benchmark en die moet je wel hebben om een soort richtlijn te kunnen hanteren. Deze kan op verschillende manieren bewerkstelligen. Eén van de opties is een heleboel data van verschillende percelen bij elkaar voegen en vergelijken. Dat doen wij als Delphy zijnde nu ook al in bepaalde studiegroepen en daarmee doen we een aanzet tot een eerste vorm van benchmarking. Weliswaar beperkt in een studiegroep en nu geen grootschalige datasharing.” Krebbers vervolgt: “Een andere optie is het systeem, dat loonwerkers nu gebruiken voor perceel-specifi eke opbrengstmetingen gemeten vanuit de hakselaars, doorvoeren in de akkerbouw. Zo kan je direct vanuit de trekker kijken hoe het mogelijk is dat iemand structureel aan de onderkant van de opbrengst zit. Maar dan zijn er wel objectieve metingen nodig, registratie van de meest essentiële parameters bij elke gewasteelt: bemesting, gewassen en gewasbescherming. Eigenlijk een uitbreiding van het al bestaande teeltregistratiesysteem gecombineerd met zaken als rassenkeuze en een veranderende mindset. Dat doen we nu al in studiegroepen en wij denken dat daarin nog veel meer mogelijk is. Koppeling van data met landbouwkundig teeltkennis voor optimalisering en vertaling naar praktische handelingen in het veld zijn daarbij een belangrijke voorwaarde. Daar richten onze adviseurs zich dan ook op.”


ANALYSE

Krebbers denkt dan met name aan een analyse van het uitgevoerde werk. “In de afgelopen jaren zie ik veel satelliet- en dronebeelden voorbijkomen, maar daar wordt te weinig mee gedaan.

Als inzichtelijk wordt of de grondbewerking goed gedaan is of er niet te vroeg over het land gereden is met zwaar materieel, is het zaaibed netjes gemaakt en is het zaaien netjes uitgevoerd, dan vormen die data de eerste beperking van het verlies.” “Ook kijken we als Delphy naar de verschillende zones in het veld”, aldus Krebbers. “Als door middel van datasharing inzichtelijk wordt welke zones meer of minder opleveren en wat daar de mogelijke oorzaken van kunnen zijn, dan kunnen akkerbouwers daarop inspelen met de beschikbare apparatuur dan worden de opbrengstverschillen per perceelzone minder.”


WORDEN BOEREN DAN TOCH WEER ICT’ER?

Krebbers: “Nee, het is absoluut niet de bedoeling dat de boer een ICT’er is. Met zonekaarten kan je weliswaar snel en gemakkelijk zien wat er aan de hand is, maar het interpreteren en de waarnemingen van de akkerbouwer zelf is nog altijd bepalend. Een indicatie van de groeiverschillen – wat wij bij Delphy de bodemspiegel noemen – is slechts het begin. Maar dit moet altijd gekoppeld worden aan andere data en veldinspecties om de oorzaken op te sporen. Door toepassing van bijvoorbeeld precisielandbouw de potentie optimaal benutten, zonder de bodem uit te putten blijft ook in de toekomst met datasharing de grootste uitdaging.” ■