Wageningen / Aeres katern


WELZIJN VAN KIPPEN VS VOLKSGEZONDHEID; OPVATTINGEN VAN STAKEHOLDERS

Op 10 mei heeft Mariska van Asselt van de Aeres Hogeschool haar proefschrift “Conflicts between chicken welfare and public health risks in poultry husbandry; Stakeholders’ perceptions and moral convictions” verdedigd.


De aanleiding voor het proefschrift was dat de vraag naar welzijnsvriendelijke pluimveehouderijsystemen kan conflicteren met de vraag naar systemen met lage volksgezondheidsrisico’s voor bijvoorbeeld vogelgriep, dioxine en Campylobacter. Inzicht in de opvattingen van stakeholders kan input leveren voor succesvolle innovaties van pluimveesystemen die kunnen rekenen op meer maatschappelijk steun. Daarom heeft Mariska middels een enquête de opvattingen van burgers, pluimveehouders en pluimveedierenartsen onderzocht. Uit het onderzoek bleek dat burgers houderijsystemen met vrije uitloop beter vinden, terwijl pluimveehouders en pluimveedierenartsen een voorkeur voor systemen zonder uitloop hebben.

Van Asselt, Mariska (2019). Conflicts between chicken welfare and public health risks in poultry husbandry; Stakeholders’ perceptions and moral convictions. PhD thesis, Wageningen University, the Netherlands.


Vergeleken met de pluimveehouders en -dierenartsen vinden burgers het welzijn van leghennen in systemen met uitloop beter en de volksgezondheidsrisico’s lager. Burgers beoordeelden het dilemma of men het welzijn van kippen moet verbeteren of volksgezondheidsrisico’s verlagen vaker in voordeel van het welzijn van hennen dan de pluimveehouders. Deze verschillende opvattingen konden verklaard worden door verschillende morele overtuigingen ten aanzien van kippen, verschillen in het wegen van morele waarden, wel of niet betrokken zijn bij de pluimveehouderij, gevoel, kennis en ervaring met pluimvee en sociodemografische kenmerken.

Uit de resultaten van een bezoek met burgers aan een houderijsysteem met een grote overdekte uitloop voor leghennen bleek dat dit type systeem tegemoet kan komen aan de zorgen van burgers ten aanzien van het welzijn van de hennen, natuurlijkheid en volksgezondheid.


Van Asselt, Mariska (2019). Conflicts between chicken welfare and public health risks in poultry husbandry; Stakeholders’ perceptions and moral convictions. PhD thesis, Wageningen University, the Netherlands.


BUNDELING VAN KRACHTEN VOOR HET BESTERESULTAAT

Hoe ga je voor het beste resultaat? Door van elkaars kwaliteiten gebruik te maken en te combineren. Dat was de gedachte achter de opzet om 3e jaars Bedrijfskunde & Agrifoodbusiness samen te laten werken met 2e jaars studenten Varkens Pluimvee voor het vak ‘strategische sectoranalyse en kwaliteit in concepten’. Door bedrijfskundige kennis te combineren met kennis vanuit de sector verwachten we een waardevolle bijdrage te kunnen gaan leveren aan onze ‘opdrachtgever’ Plukon; één van de grootste spelers op de markt van pluimveevlees. Plukon wil continu vernieuwen en is zeer vooruitstrevend als het gaat om thema’s als diergezondheid, circulariteit en innovatie.


Daarom hebben ze de hulp in geroepen van Aeres Hogeschool om met een frisse blik acht diverse vraagstukken nader te analyseren en ze te voorzien van advies. Het biedt de student de mogelijkheid om een kijkje te geven in de ‘echte’ wereld en het biedt Plukon de mogelijkheid om nieuwe inzichten te krijgen van onze toekomstige generatie. Een mooie bundeling van krachten om te komen tot goed resultaat.


AFTRAPBIJEENKOMST

De aftrapbijeenkomst voor dit vak was op de locatie van ondernemer Pieter Winter, Agro Giethoorn. Een toonaangevend duurzaam agrarisch bedrijf dat steunt op vier pijlers; vleespluimvee, akkerbouw, biogasinstallatie en de droger. Binnen Agro Giethoorn staat vernieuwend denken, samenwerking, duurzaamheid en circulariteit centraal. Goed passend bij de diverse vraagstukken die vanuit Plukon, zijn gesteld richting studenten. De vraagstukken, gepresenteerd door Lotte Kroeze, Business Development Manager Agri van Plukon, liepen uiteen van o.a. advies over de meerwaarde van voeren van insecten op het vleespluimveebedrijf, verwaarden van reststromen richting het vleeskuikenbedrijf, mogelijkheden van alternatieve energiebronnen en nog veel meer. De studenten konden inschrijven op de diverse vraagstukken en vervolgens werden deze onderverdeeld. Om de studenten een goed beeld te geven van de keten hebben de studenten naast het primaire vleeskuikenbedrijf ook een bezoek gebracht aan de slachterij.

SPEEDDATE

Om de studenten te voorzien van voldoende kennis is er op 9 mei jl. een speeddate georganiseerd op Aeres Hogeschool. Twaalf experts vanuit bedrijfsleven, lectoraat, gemeente, allen best passend bij de thematieken van de diverse vraagstukken, gingen in gesprek met de student. Met als doel om de student een brede visie te geven op hun eigen vraagstuk. De studenten hebben in drie rondes van twintig minuten de experts vragen gesteld om zo alle informatie boven tafel te krijgen als input voor het schrijven van een goed adviesrapport. Om zo uiteindelijk hun advies te presenteren bij Plukon in Wezep d.d. dinsdag 18 juni. Door kennis van bedrijfsleven, lectoraten, de frisse blik van studenten te bundelen verwachten we een goed resultaat. De verwachtingen zijn hoog gespannen.


HET LAT-CONCEPT ALS VARIANT OP DE QUALITY TIME VOOR VLEESKUIKENOUDERDIEREN

Mijn naam is Stijn Peters, ik ben 23 jaar oud en ik kom uit Didam (GD). Vanaf jongs af aan ben ik al geïnteresseerd in de pluimveesector, met name in de vleeskuikenouderdieren (VKOD) sector. Op dit moment zit ik in mijn afstudeerjaar van de opleiding Varkensen Pluimveehouderij aan de Aeres Hogeschool in Dronten. Voor het afstuderen ben ik o.a. bezig met het schrijven van mijn afstudeerwerkstuk. Het onderzoek waar ik mijn afstudeerwerkstuk over schrijf is opgezet in samenwerking met ABZ Diervoeding en Wageningen University & Research (WUR).


WET- EN REGELGEVING

Met ingang van 1 januari 2019 is het behandelen van de snavels van vleeskuikenmoederdieren niet meer toegestaan. Het behandelen van de snavels van de hanen is tot 2024 uitgesteld. Per 1 september 2021 wordt het verwijderen van een deel van de achterste teen bij hanen in de vleesvermeerdering verboden. Het ingrepenbesluit heeft veel invloed op het dierenwelzijn doordat de snavels, tenen en sporen gemakkelijker voor beschadigen bij de dieren kunnen zorgen. Goed (paar) gedrag is dus ook t.a.v. het ingrepenbesluit een must om in de toekomst te behouden/te verbeteren. Dit is belangrijk om beschadiging, die kunnen ontstaan bij het paren, te beperken. De juiste bezetting hanen speelt ook een belangrijke rol in het kader van dierenwelzijn en technische resultaten.


BEZETTING HANEN

In de geschiedenis van de VKOD sector is veel aandacht geweest voor de selectie op groei, voederconversie en borstvlees aanzet bij de nakomelingen van deze dieren. Dit had consequenties op de bevruchtingsresultaten van de ouderdieren. Er was dan ook sprake van een negatieve trend in bevruchting en uitkomst van de broedeieren. Dit werd toen deels opgevangen door de percentage hanen t.o.v. de hennen steeds te verhogen tot dat de gewenste resultaten behaald werden. Dit werkte vooral in het eerste deel van de legperiode, maar bleek voor de tweede helft van de legperiode niet afdoende (leeftijd van >40 weken). Hierdoor werd er vaak gekozen om op dat moment de hanen te selecteren en de bezetting hanen d.m.v. het bijplaatsen van jonge hanen weer terug te brengen op 7-9%. Echter, het bijplaatsen van hanen kan nadelige gevolgen hebben voor de gezondheid en het welzijn van de dieren. Denk hierbij aan overbrenging van besmettelijke dierziekten. Ook zorgt het bijplaatsen van hanen voor extra onrust doordat de pikorde opnieuw bepaald moet worden tussen de hanen. Vandaag de dag is het gebruikelijk om bij aanvang van de productieperiode 9% hanen op te zetten. In de praktijk is al gebleken dat er met een lagere bezetting hanen dezelfde resultaten behaald kunnen worden t.a.v. bevruchting en uitkomst. Dit wil zeggen dat de optimale bezetting hanen met de tijd veranderd is. Naast bezetting van de hanen speelt het paargedrag van de dieren ook een belangrijke rol.


PAARGEDRAG

In de praktijk word het natuurlijk paargedrag weinig waargenomen. Dit houdt in dat de hanen weinig tot geen baltsgedrag vertonen en dat de hennen weinig hurkgedrag vertonen. Hierdoor verlopen de paringen dikwijls ruwer dan we eigenlijk willen zien. Wanneer er gezorgd kan worden dat het natuurlijke paargedrag vaker terug te zien is in de stallen is de verwachting dat de paringen beter verlopen. Hierdoor is de slagingskans van een paring hoger en ontstaat er meer harmonie in de stal tussen de hennen en de hanen. Wanneer dit eff ect aangetoond kan worden, zonder vermindering van de technische resultaten, verwachten we de hanen bezetting te kunnen verlagen waardoor er minder paringen voorkomen. Om in te spelen op verbeterde natuurlijk paargedrag en harmonie in de stallen is het ook belangrijk dat het management en de huisvesting goed aansluit op de verschillende behoeftes van de dieren op verschillende momenten van de dag.

INNOVATIEF HUISVESTINGSYSTEEM

In 2007 is de ontwikkeling van een innovatief huisvestingsysteem gestart om de bevruchting en ongewenst paargedrag te verbeteren. De innovatieve huisvestingsysteem moest zo ingericht worden dat er meer harmonie in het koppel kwam en het gedrag van de hennen en hanen beter op elkaar werd afgestemd. Om dit te bereiken moest beter gebruik worden gemaakt van het natuurlijk dagritme van de dieren. Het idee voor het zogenaamde „Quality Time concept is door Rick van Emous (Wageningen Livestock Research) bedacht. De aanleiding voor de ontwikkeling van het innovatieve huisvestingsysteem was de kennis over het verloop van de paringen gedurende de dag. Paringen vinden vooral aan het einde van de dag plaats. Dit is biologisch en fysiologisch gezien het meest gunstige tijdstip van de dag voor kippen om te paren. Verder is uit waarnemingen in praktijkstallen bekend dat de hanen de hennen in de ochtend lastig vallen en dat de hennen daardoor schrik krijgen van de hanen. Uit deze twee aspecten ontstond het idee om de hanen enige uren tijdens de dag gescheiden van de hennen te houden. Op die manier is er op verschillende tijdstippen van de dag sprake van Quality Time: - Scheidingsperiode: De hennen kunnen in deze perioderustig hun gedrag uitvoeren: ei leggen, voer opnemen, scharrelen en

stofbaden zonder daarbij door de hanen lastig gevallen te worden; - Direct na het mengen: Door de periode van scheiden zijn de hennen meer genegen om zich te laten paren. In het Quality Time (QT) concept worden de dieren tijdens het voeren gescheiden. Voersystemen nemen voor de dieren een belangrijke

plaats in de stal in. VKOD zijn in het begin van de legperiode, doordat de hoeveelheid wordt beperkt, erg gefocust op het voer. Daarnaast worden hennen en hanen al tientallen jaren gescheiden gevoerd met hun eigen voersysteem. Door nu het voer van de hanen iets later te verstrekken dan het voer van de hennen komen de dieren in hun eigen gebied (bij hun voersysteem). Door de stal met een mobiel hekwerk uit te voeren en over het hanenvoersysteem te laten zakken worden de hennen en hanen op een eenvoudige manier van elkaar gescheiden. De QT is een belangrijke basis voor het uitvoeren van deze proef.


HET ONDERZOEK

ABZ Diervoeding heeft in samenwerking met Wageningen Livestock Research dit onderzoek opgezet om meer te weten te komen over de juiste bezettingsgraad bij vleeskuikenouderdieren. Tevens neemt ABZ Diervoeding een belangrijke positie in binnen de ouderdierensector, als één van de marktleiders. Het onderzoek gaat over het toepassen van het ‘skip-a-day’ principe van het hen/haan contact. Dit houd in dat de hanen in de proefgroep om de dag bij de zelfde groep hennen gelaten worden. Het onderzoek is toegepast in een verandasysteem waarbij de helft van de oorspronkelijke bezetting hanen (6,3%) van twee groepen word opgezet. Deze hanen worden na het scheiden m.b.v. het QT concept gewisseld van groep hennen door poortjes open of dicht te zetten. Ondanks dat de helft van de oorspronkelijk bezetting hanen word opgezet is de bezetting hanen, op het moment dat de hanen bij de hennen lopen, gelijk. Het doel van dit onderzoek is om de eff ecten van het skip-a-day hen/ haan contact bij VKOD te onderzoeken. De verwachtingen zijn dat het natuurlijke seksueel gedrag meer terug te zien is de stal. Ook het verbeteren van de bevruchtingsresultaten behoort bij de verwachtingen van dit onderzoek evenals het terugbrengen van gedwongen paringen, het verbeteren van succesvolle paringen en het terugbrengen van de frequentie paringen bij de hen door het verlagen van de aantallen hanen in de stal. Ook is het doel om het verenpakket en de conditie van de huid gedurende de gehele ronde beter te houden van de hennen wat positieve eff ecten met zich mee brengt op dierwelzijn- als technisch niveau. Voor meer informatie kunt u terecht bij Stijn Peters (s.peters@abzdiervoeding.nl)


BROEDERIJ VAN HULST IN VELDHOVEN OP 7 MEI

Vierdejaars studenten van de Varkens- en Pluimveeopleiding hebben als onderdeel van hun minoren programma een bezoek gebracht aan kuikenbroederij Van Hulst in Veldhoven. In de minor voeren de studenten een bedrijfsopdracht uit en leren tijdens terugkomdagen en excursies alle facetten van de pluimveehouderij kennen. Broedmeester John Caeyers gaf een uitgebreide rondleiding door de broederij en vertelde enthousiast over hoe hij en zijn team de broeduitkomsten en kuikenkwaliteit zo hoog mogelijk houden. Hoofd R&D Leo Suls en verkoopmanager Joost van Bijsterveldt gaven vervolgens een presentatie over de rol van de broederij binnen de Vervaeke-Belavi organisatie en over de ontwikkeling van Nestborn.

POULTRY EXPERTISE CENTRE BESTAAT 5 JAAR

Het Poultry Expertise Centre (PEC) bestaat 5 jaar. Ter gelegenheid van dit jubileum organiseerden wij op 11 april jl. het Symposium “Samen innoveren: het ei van Columbus?!” Tijdens dit symposium deelden een aantal gerenommeerde sprekers van uit het bedrijfsleven, kennis- en onderzoeksorganisaties en de overheid hun visie op actuele thema’s voor de pluimveesector wereldwijd in de komende jaren. Onze eigen lector Dr. Ir. Laura Star gaf een presentatie over eiwittransitie voor mens en dier, Lieke Verhofstad van Rabo Foundation presenteerde een project in India die gesteund wordt door de foundation. Dr. Mcth Martin Scholten van Wageningen UR hield een betoog over smart farming in de pluimveehouderij wereldwijd en Prof. Dr. Arjan Stegeman van de faculteit der diergeneeskunde sprak over outbreakmanagement en preventie van aviaire infl uenza wereldwijd. Gedeputeerde Peter Drenth sloot het symposium als spreker af en haakte in op de andere sprekers en gaf aan dat in haar vijfjarig bestaan PEC een belangrijke rol heeft gespeeld als verbinder binnen de sector en dat zij ook in de toekomst een belangrijke rol zal vervullen. De presentaties zijn na te lezen op de website van PEC ; www.poultryexpertisecentre.com