Dossier: Notenteelt


“Walnotenteelt geeft onze kippen extra beschutting en levert mooie producten”

Walnotenteelt is één van meest kansrijke vormen van Agroforestry in de vrije uitloop bij pluimveebedrijven. Zo blijkt uit een pilot die momenteel wordt uitgevoerd door Probos, het Louis Bolk Instituut en Face the Future. Bovendien wordt er op voorbereiding van het klimaatakkoord ook naar de landbouwsector gekeken: welke mogelijkheden zijn er om meer CO2 vast te leggen? Eén van de ideeën is meer bomen op landbouwgrond aanplanten, zonder de landbouwfunctie aan te tasten. Bomen in de vrije uitloop is daarmee definitief een interessant businessmodel geworden voor pluimveebedrijven.


Rob en Gracia Verdel hebben samen met Edward Satkowski een biologisch pluimveebedrijf, bestaande uit twee locaties (de hoofdlocatie en een huurlocatie), waar in totaal ruim 16.000 leghennen worden gehouden. In december 2018 zijn op de locatie in Almen een vijftigtal walnotenbomen geplant. Dit voorjaar komen daar op het ‘voorbeeldbedrijf’ nog eens 35 bomen bij. Rob Verdel: “We willen de volledige uitloop begroeid hebben en dit project kwam op ons pad. Al snel bleek dit concept goed bij ons te passen. We hebben al twee hectares wijngaard in de uitloop en dit was het laatste stukje onbegroeide uitloop. De walnotenteelt is prettig voor de kippen, want die zoeken beschutting en door bomen te planten wordt de gehele uitloop benut. En van walnoten kan je olie maken en dat weer verkopen, waardoor het mes aan twee kanten snijdt.”

Verdel: “We willen de volledige uitloop begroeid hebben en dit project kwam op ons pad. Al snel bleek dit concept goed bij ons te passen”

Die win-win situatie vergt wel wat geduld: het duurt grofweg twaalf jaar alvorens de eerste noten geoogst kunnen worden, maar de kippen profiteren al veel eerder. Verdel: “De hennen gaan eerder naar buiten toe, omdat er door de hele uitloop beschutting is tegen bijvoorbeeld roofvogels. De kip voelt zich gewoon veel veiliger in een omgeving die past bij zijn oorspronkelijke leefomgeving: het bos. Er zijn wat mij betreft geen nadelen aan dit project. Wij houden er bovendien van om de uitloop vol te zetten. Dat vergt wel extra werk en een investering, maar dat vinden wij niet erg.”


Ook Satkowski ziet dat de hennen zich prettig voelen in de vernieuwde uitloop: “Ze vertonen natuurlijk gedrag en dat is altijd een goed teken. Ze hebben de omgeving van bomen uiteraard al wel verkend, want de Lohmann Brown-hennen zijn in vergelijking met de Lohmann White hele nieuwsgierige dieren. Ze brengen de bast (of wortels) geen schade aan, ze krabben alleen wat oppervlakkig. Dat wordt komend voorjaar wellicht anders als we de laatste bomen planten, want dat zijn jonge scheuten. Daar moet wel een koker of gaas omheen waarschijnlijk.”


Verdel en Satkowski houden wel van een uitdaging. Hun vrije uitloop werd – onder meer vanwege de wijngaard – vorig jaar uitgeroepen tot de één na mooiste van Nederland. Het duo loopt dan ook niet weg voor innovaties als Agroforestry. Verdel: “Notenteelt is nieuw in Nederland, zeker in de uitloop bij kippen. Dat maakt het wel extra leuk.” Satkowski vult aan: “We denken hier sowieso goed na over de inrichting van de uitloop, terwijl ik bij veel collega-pluimveehouders zie dat er vrijwel niets aan gedaan wordt. Wij zijn daar wel behoorlijk veel mee bezig. Ik zou het mooi vinden als de sector dat in zijn totaliteit ook wat meer zou doen, dat draagt bij aan het beeld dat de maatschappij heeft bij pluimveebedrijven. Want de vrije uitloop is toch het visitekaartje van je bedrijf en voor de hennen heeft het ook alleen maar voordelen.”

Geen herplantingsplicht

De aanplant van walnootbomen, biomassa met wilgen, populieren of fruitbomen bij pluimveebedrijven gebeurt in samenwerking met Stichting Probos. Namens die stichting is Martijn Boosten betrokken bij het project in Almen: “Walnootbomen passen in mijn ogen het beste bij het houden van kippen, omdat het een relatief lage investering vergt en toch een hoogwaardig product kan leveren. Bovendien valt het onder fruitbomenteelt en dat betekent dat er geen herplantingsplicht is.”


Verdienen aan CO2-vastlegging

Volgens Boosten wordt het op termijn mogelijk om zelfs de bijdrage aan CO2-vastlegging te gaan vermarkten: “We moeten voor 2030 als Nederland zijnde in vergelijking met de cijfers uit 1990 bijna vijftig procent CO2-reductie gerealiseerd hebben. Mede daardoor worden dit soort projecten steeds belangrijker, al blijft de industrie de grootste ‘boosdoener’. Maar alles wat wij als landbouwsector daaraan bij kunnen dragen qua landgebruik - waaronder landbouw en bos - moet 1,5 miljoen ton CO2-reductie realiseren; zo staat in het voorlopige klimaatakkoord. Wij zien in Agroforestry bij pluimveebedrijven een kans om een bijdrage te leveren aan die reductie. Daar mag wat ons betreft dan ook wel een financiële vergoeding tegenover staan voor diegenen die daarin geïnvesteerd hebben.”


Meer informatie over de walnotenteelt?

Martijn Boosten - Stichting Probos
Website: www.probos.nl
E-mail: Martijn.boosten@probos.nl